dinsdag 8 september 2009

Credo 2

De ideale havo-3 leerling: goede muzikant of ontwikkelde persoonlijkheid?

Bij het bespreken van wat een leerling aan het eind van de muzieklessen in de onderbouw zou moeten kunnen, kwamen twee vragen wel erg prominent naar voren. Ten eerste de vraag of er nu wel of niet uitgebreid muziektheorie aan de orde moet komen. De standpunten “Je hebt er veel aan” en “Je kunt toch ook zonder?” stonden recht tegenover elkaar. Ten tweede de vraag of muziek een middel moet zijn of een doel. Wat is belangrijker: de sociale functie of goede muzikale vaardigheden? En wat moet de leerling dan uiteindelijk geleerd hebben?

Als ik zeg dat ik muziektheorie erg belangrijk vind, krijg ik al snel honende blikken, joelende stemmen en hartgrondige kritiek. Een vraag is mij bijgebleven: “Kun je dan geen muziek maken zonder theorie?” Natuurlijk wel. En dat ben ik ook zeker van plan. Ik vind theorie wel belangrijk, maar ik gebruik het niet als uitgangspunt. Ik zie het wel als basis. Mijn doel is niet dat leerlingen uiteindelijk alles weten van muziektheorie, maar als ze enige kennis hebben, kun je wel een hele hoop bereiken. In een artikel van Frank van den Ende las ik:
De beleving van kunst moet naar mijn mening centraal staan en de theorie moet ten alle tijden ten dienste staan van die beleving.
Met die uitspraak verwoordt hij perfect hoe ik erover denk. Ik vind drie aspecten van muziek heel belangrijk: dat leerlingen zichzelf kunnen uiten door middel van muziek (expressie), dat ze bestaande muziek kunnen reproduceren en dat ze met die vaardigheden als reproducerend muzikant ook kunnen samenspelen/-zingen. Als ondersteuning om die drie dingen te bereiken, gebruik ik wel degelijk muziektheorie.

Met die drie aspecten kan ik doorschieten naar de vraag of muziek een middel of een doel is. Ze zijn alledrie heel erg gericht op muzikaliteit. Ik vind dan ook dat muziek zo veel mogelijk als doel ingezet moet worden. In het beleidsplan van kunst en cultuureducatie 2006 staat:
Kunst en cultuureducatie: alle vormen van educatie waarbij kunst en/of kunstzinnige middelen en technieken als doel of als middel worden gebruikt.
Er staat 'als doel OF als middel', dus blijkbaar mogen we het voor onszelf invullen. Muziek is een vak, net als wiskunde en geschiedenis. De sociale functie van muziek is een fijne bijkomstigheid, maar moet niet als het belangrijkst worden gezien. Als leerlingen goede muziekles krijgen, dan komt die ontwikkeling vanzelf wel. Zo sterk kan muziek zelf zijn.

In de muziekles moeten gewoon de muzikale vaardigheden aan de basis staan. Maar welke vaardigheiden moet die havo-3 leerling dan uiteindelijk hebben? De vaardigheden kunnen volgens mij verdeeld worden over twee categorieën: passief en actief.

Actief
De leerling is een:
- reproducerend muzikant
- expressieve muzikant
- samenspelende muzikant
- ritmisch muzikant
- harmonisch muzikant
- melodisch muzikant
- componerend muzikant
- improviserend muzikant

Passief
De leerling:
- kan luisteren en onder woorden brengen
- heeft brede kennis van stijlen
- heeft kennis van muziektheorie

Bronnen:
http://www.frankvandenende.nl/kunst/
Beleidsplan kunst en cultuureducatie 2006

maandag 1 juni 2009

Kies je muziek en je bent niet uniek

Uit een onderzoek over de ontwikkeling van de muzikale smaak, blijkt dat jongeren trouw zijn aan hun muzieksmaak. Als ze eenmaal een voorkeur hebben voor een bepaalde stijl, wijken ze daar niet zo snel meer van af. Maar hoe komt dat? Volgens mij is dat simpel: muzieksmaak wordt niet bepaald door de muziek zelf, maar door de subcultuur eromheen.

De jeugd van tegenwoordig is over het algemeen goed in hokjes te plaatsen. Jongeren willen zich onderscheiden van de rest, ze willen uniek zijn. Dat doen ze alleen vaak allemaal op dezelfde manier. Massaal alternatief: subculturen. En er is geen subcultuur zonder een muziekstijl die daar bijhoort.

Als je als tiener eenmaal gekozen hebt voor een bepaalde stijl, is bijna automatisch ook je muzieksmaak bepaald. Als je die muzieksmaak opgeeft, verlies je meer dan alleen je muziek. Ook je gedrag, kleding en vooral: je vriendenkring. Logisch gevolg is dat jongeren trouw zijn aan hun muzieksmaak.

Maar hoe kom je dan tot je smaak? Dat wordt volgens mij grotendeels door de omgeving bepaald. Bij kleuters zie je al dat jongetjes K3 ineens niet meer leuk vinden als ze ontdekken dat het 'meisjesmuziek' is. Toch heeft het karakter ook invloed. Hoe extraverter je bent, hoe groter de kans dat je van dance houdt. En als je altijd op zoek bent naar hevige prikkels, hou je snel van heavy metal, hardcore of gangsta rap.

Kortom: je karakter wel invloed heeft op je muzieksmaak, maar alleen maar in beginsel. Als je karakter eenmaal een muzieksmaak heeft gekozen, blijf je vervolgens bij de subcultuur die daar bijhoort. Tot je volwassen bent misschien. Dan merk je dat de wereld nog veel meer te bieden heeft.

Maartje Masereeuw

Gebruikte artikelen:
Bernard Hulsman, Tieners zijn trouw aan hun muziekstijl, NRC Handelsblad 2004
Peter Giesen, Country is voor echte mannen, Volkskrant 2005
Link: http://www2.fmg.uva.nl/populairecultuur/In%20the%20media/Tom%20popkennis%20Volkskrant.pdf

Muziek in de onderbouw

Muziek in de onderbouw. Hoe zit dat in elkaar? En hoe is het geworden wat het is? En is dat nou allemaal wel zo geweldig? En wat is het nut er eigenlijk van? Dat zijn vragen die je kunt stellen over het muziekonderwijs in de onderbouw van de middelbare school. Om ze te kunnen beantwoorden, ga ik eerst in op de geschiedenis van het Voortgezet Onderwijs in het algemeen. Vervolgens ga ik specifiek in op het muziekonderwijs en daarna behandel ik het verband die twee.

1.1 Voortgezet Onderwijs algemeen


Vroeger: basisvorming

Vroeger bestond er een grote scheiding tussen algemeen onderwijs en beroepsonderwijs. Om dit tegen te gaan heeft men in 1993 de basisvorming ingevoerd. Het ideaal van de basisvorming was om geen verschil meer te maken tussen de leerlingen: alle leerlingen van 12 tot 15 moesten dezelfde vijftien verplichte vakken volgen, allemaal op één niveau. Dit liep uit op een mislukking. Vijftien vakken bleek te veel en er zijn nu eenmaal niveauverschillen tussen leerlingen.

Nu: Tweede fase, VMBO en automie voor scholen

Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, werd de basisvorming minder zwaar gemaakt. Het aantal verplichte vakken werd verminderd, waardoor er op havo/vwo-niveau ruimte overbleef voor vrije keuze, en op mavo/vbo-niveau voor meer praktische vakken.
Door de invoering van de Tweede fase kregen leerlingen meer praktische opdrachten en moesten ze in het Studiehuis veel zelfstandig werken.
Er gingen steeds minder leerlingen naar het vbo en de mavo. Om het beroepsonderwijs een hogere status te geven, werden vbo en mavo samengevoegd tot het vmbo. Hierdoor ontstond opnieuw de tweedeling tussen het beroepsonderwijs en havo/vwo.
De huidige minister van onderwijs is van mening dat scholen en ouders zelf het beste weten hoe onderwijs gegeven moet worden. Hij geeft daarom scholen heel veel vrijheid. Wel wordt er veel gediscussieerd over de mate van autonomiteit. Er zijn mensen die vinden dat scholen te autonoom worden.


1.2 Muziekonderwijs

Kunde, kennis of kick?
Als het gaat over muziekonderwijs wordt er wel gesproken over drie aspecten: kunde (je kunt muziek maken), kennis (je weet er veel van) en kick (je krijgt er een kick van). Door de jaren heen zijn er verschillende visies geweest op wat nu het beste is.

Gehrels en Heerkens
Aan het begin van het Nederlandse muziekonderwijs (in de eerste helft van de twintigste eeuw) stonden de standpunten van Willem Gehrels en Ad Heerkens centraal. Gehrels was oprichter van de Volksmuziek­school. Het was zijn doel om kinderen van minder vermogende ouders ook muziekles te bieden. Heerkens vond dat bij al het muziekonderwijs de wereld van het kind als uitgangspunt genomen moest worden.
Later kwam er een scherpe scheiding tussen de aanhangers van Gehrels en die van Heerkens. Gehrels pleitte voor het ambacht van de Europese muziekcultuur (kunde dus) en Heerkens voor de vrije expressie vanuit het kind (kick dus). Wel hechtten ze allebei evenveel waarde aan het gebruik van kennis.

Veranderingen
In het muziekonderwijs was sprake van een vicieuze cirkel. Er was geen adequaat muziekonderwijs, waardoor havo-leerlingen met een grote muzikale achterstand naar de Pabo gingen, waardoor ze niet genoeg geschoold waren om muzieklessen te geven in het basisonderwijs, waardoor leerlingen met een achterstand naar de middelbare school gingen, waardoor er voor de docenten op de middelbare school geen beginnen meer aan was.
Er leek hoop op verbetering, toen in de jaren 70 de studie Schoolmuziek tot bloei kwam. Er was geld en idealisme genoeg. Toch was het vernieuwende effect in de praktijk helaas gering.
In de jaren 80 en 90 werd de studie Schoolmuziek juist steeds meer uitgekleed. Er werd steeds minder geld beschikbaar gesteld. Ondanks dat werd in het Voortgezet Onderwijs muziek wel een serieus examenvak. Ook begon popmuziek een steeds grotere rol te spelen in het muziekonderwijs.
Tegenwoordig gaat het steeds beter met het muziekonderwijs, zowel op scholen als bij de studie Schoolmuziek.

Verplicht twee kunstvakken
Momenteel is het verplicht om in de onderbouw tenminste twee kunstvakken te geven. Scholen kunnen kiezen uit beeldende vorming, muziek, drama en dans, maar mogen niet kiezen voor uitsluitend vakken uit de beeldende vorming of voor een combinatie die uitsluitend bestaat uit drama en dans. Verplichte kunstvakken is natuurlijk positief voor het muziekonderwijs. Wellicht wordt er hierdoor wat meer structuur aangebracht.


1.3 Verband beleid en muziekonderwijs

Vrijheid – goed of fout?
Het feit dat de Tweede Kamer in toenemende mate vrijheid geeft aan scholen om hun aanbod samen te stellen, kun je ook goed terugzien in de kerndoelen van het muziekonderwijs. Deze doelen zijn allemaal heel globaal in de wet beschreven, waardoor er veel ruimte is voor eigen interpretatie. Je kunt je afvragen of zoveel autonomie voor scholen goed is, vooral omdat de grenzen niet duidelijk zijn. Er is bijvoorbeeld nooit iets gezegd over de mate waarin overheidsgeld aan het onderwijs zelf besteed moet worden.

Zelfstandigheid
Dat het met muziekonderwijs steeds beter gaat, past goed bij de invoering van de Tweede fase. Hierin staat zelfstandigheid centraal. Dat is iets wat bij het vak muziek ook in grote mate naar voren komt.

Tweedeling
Zoals eerder besproken is er in de geschiedenis afwisselend gedacht over het al dan niet bestaan van een scheiding tussen algemeen onderwijs en beroepsonderwijs. Op dit moment (met vmbo) bestaat er in de praktijk wel een tweedeling. Het mooie van het vak muziek is dat het op dat gebied neutraal is. Het heeft niets te maken met iemands leercapaciteiten. In de muziek is iedereen gelijk. Wat dat betreft is muziek een mooi middel om die tweedeling tegen te gaan.


2 Mijn mening

Kunde, kennis EN kick!
Naar mijn idee is de vraag wat nu belangrijker is – kunde, kennis of kick – helemaal niet belangrijk. In het muziekonderwijs is het belangrijk een goede mix te hebben van alledrie. Een goede docent integreert alledrie de onderdelen in zijn lessen. De mate waarin kan van geval tot geval verschillen. Idealiter wordt de kick gebruikt om kennis en kunde over te brengen. Zelfs wanneer muziek een examenvak is, geldt deze regel. Je leert nu eenmaal makkelijker als het vak leuk is.

Het nut van muziek
Over muziek heeft men in Nederland altijd een wat tweeslachtige houding gehad. Aan de ene kant vond een groot deel van de mensen dat muziek een noodzakelijk onderdeel van elke opvoeding zou moeten zijn. Aan de andere kant zag de overheid dat de kosten die aan zo'n muzikale opvoeding verbonden zijn, alleen maar kunnen stijgen en nooit een tastbaar rendement zullen opleveren.
Ik ben van mening dat muziek wel degelijk rendement oplevert. In de muziekles hebben leerlingen zowel hun verstand als hun gevoel nodig en bovendien een flinke dosis concentratie. Dat leert hen zelf vragen te stellen en zelf op onderzoek uit te gaan naar de antwoorden. Ook is het natuurlijk een perfecte manier om te leren jezelf te uiten.

Muziek? Vanzelfsprekend!
Om het nut van muziek ook daadwerkelijk te bereiken moet het wel als vanzelfsprekend behandeld worden. Het vak moet serieus genomen worden, niet als een vrijblijvend speeluurtje (waarin alleen de kick heerst), maar als volwaardig vak (waarin ook kunde en kennis belangrijk zijn). In dat geval kan muziek de leerlingen meer verrijken dan welk ander vak ook!


Maartje Masereeuw

Bronnen:
Onbekend, De Basisvorming in historisch perspectief
Roel Jansen, De schooltijd van meneer Mol
De Volkskrant, Onderwijsraad: van vijftien naar acht verplichte vakken
De Volkskrant, Basisvorming
Guus Valk, Geruisloze Blindheid
Job ter Steege, Cool
Leo Samama, Moderne muziek in de onderbouw van het voortgezet onderwijs

woensdag 27 mei 2009

VO Stage 7: 27/05 Popquiz

Dit was alweer de laatste stage! Rinette en ik gingen samen een popquiz doen als afsluiter. Maar eerst ging ik nog een liedje aanleren: Hallelujah. Dit moesten ze dan in de laatste ronde van de quiz met hun groepje zo creatief mogelijk uitvoeren. Helaas was er alleen geen tijd meer voor die laatste ronde... Maar het lied zingen was wel leuk. Het moest in recordtijd, omdat we zo'n druk programma hadden, maar het ging beter dan ooit. Ik ben tevreden over zowel de manier waarop het aanleren ging als het uiteindelijke muzikale resultaat!
De quiz zelf was een groot succes. We hadden vijf rondes voorbereid, waar we er uiteindelijk maar drie van hebben kunnen uitvoeren. Maar ze vonden het allemaal erg leuk en waren heel enthousiast! Misschien af en toe wat té enthousiast, maar dat neem ik ze niet kwalijk.
Al met al was het een goede laatste les! Ik beëindig deze stage dan ook met een positief gevoel!

VO Stage 6: 20/05 Grafische Notatie Componeren

Deze les ging ik weer verder met de grafische notatie, maar nu geen luisteropdracht, maar een compositie-opdracht. Ik heb weer dezelfde plaatjes gebruikt als vorige week. Ze mochten zelf een aantal plaatjes uitkiezen en de volgorde bepalen. Ze werkten in groepjes. De uitleg aan het begin had ik dit keer helemaal uitgeschreven, wat wel een stuk scheelde in duidelijkheid! Wel was het in het begin nogal chaotisch, toen de groepjes naar hun plek gingen en instrumenten pakten. Ik had hierin dus van te voren nog duidelijker kunnen zijn.
Toen ze eenmaal in groepjes aan het werk waren ging het allemaal wel goed. Ze deden hun best en ik wist m'n aandacht wel te verdelen. Wat ik wel een lastig punt vond: in een groepje deed een jongen een beetje vervelend. Hij zat maar een beetje te klooien en herrie te maken, terwijl de rest van het groepje wel serieus aan de slag wilden. Zij begonnen tegen mij te klagen toen ik langskwam, maar ik wist niet zo goed wat ik ermee moest doen. Ik heb hem gewoon maar een beetje streng toegesproken en gehoopt dat hij daarna een beetje meedeed.
Uiteindelijk ging ik ze meteen deze les nog beoordelen. Ik had besloten ze geen cijfer te geven, maar op basis van een aantal punten (die zij ook meegekregen hadden om op te letten) commentaar te geven. Ik gaf gewoon een beetje m'n mening. Dit lukte wel aardig, maar het was toch een beetje vaag, omdat ze er verder niets mee hoefden te doen.

Vo Stage 5: 13/05 Grafische Notatie Luisteren

Deze les wilde ik Viva La Vida nog even snel herhalen en daarna een grafische notatie opdracht doen (die Marijn en ik gemaakt hebben bij hoofdvakles). Omdat ik niet duidelijk mijn doelen had gesteld over wat ik precies wilde bereiken met Viva La Vida, ging dat een beetje vaag. Aan de ene kant wilde ik het 'even snel herhalen', maar aan de andere kant wilde ik natuurlijk wel goed resultaat. Dat resultaat is er niet echt uitgekomen, helaas... Wel heb ik het opgenomen, wat voor veel enthousiasme zorgde!
De grafische notatie ging naar mijn idee wel goed. Ik liet een muziekstuk horen en de leerlingen moesten de plaatjes in de goede volgorde zetten. Mijn uitleg was volgens mij wel helder, maar ik vond het heel lastig om in te schatten of ze het antwoord nu al wisten of niet. Op een gegeven moment dacht ik dat ik het stuk al helemaal uitgekauwd had, maar achteraf bleek dat zelfs Annabel en Rinette nog niet helemaal zeker waren! Dus een beetje verkeerd ingeschat... Maar ik had van een aantal leerlingen al wel gezien dat ze de goede antwoorden al hadden. Dat vind ik ook lastig, om een goede middenweg te vinden tussen de mensen die het al lang begrijpen en de mensen die er geen bal van snappen.

donderdag 14 mei 2009

VO Stage 4: 06/05 Viva La Vida

Na de mislukte les 3 was ik behoorlijk zenuwachtig. Ondanks de vakantie die ertussen kwam, zat ik nog helemaal in de sfeer van de chaos. Ik heb besloten om niet verder te gaan met Blue Suede Shoes (al was het resultaat nog lang niet goed genoeg), maar iets nieuws te gaan doen.

Ik had toevallig een filmpje gezien op internet, dat mij heel erg geïnspireerd heeft! Een aanrader voor iedereen om naar te kijken! Een basisschool klas (echt!) uit Amerika met een verbijsterende versie van Viva La Vida van Coldplay. Dit nummer heb ik ongeveer op deze manier gedaan, maar dan alleen de tweede stem bij het refrein.

Voor we begonnen heb ik nog even kort wat gezegd over wat ik vond van de vorige les. Ik ben er niet te lang bij stil blijven staan, maar heb eigenlijk gewoon gezegd dat ik hoopte dat het vandaag beter zou gaan. Ik had van te voren zoveel mogelijk namen uit m'n hoofd geleerd (m.b.v. foto's). Dat hielp! Ik heb veel leerlingen aangekeken en vaak bij naam genoemd en dat scheelde een hele hoop! Ik had veel meer controle over mijn les. Wel heb ik nog veel te veel open vragen gesteld...

Over het muzikale resultaat: best goed. Nog niet alle inzetten waren goed, en de uitspraak kon ook heel wat beter, maar de tweede stem zat er goed in.