Uit een onderzoek over de ontwikkeling van de muzikale smaak, blijkt dat jongeren trouw zijn aan hun muzieksmaak. Als ze eenmaal een voorkeur hebben voor een bepaalde stijl, wijken ze daar niet zo snel meer van af. Maar hoe komt dat? Volgens mij is dat simpel: muzieksmaak wordt niet bepaald door de muziek zelf, maar door de subcultuur eromheen.
De jeugd van tegenwoordig is over het algemeen goed in hokjes te plaatsen. Jongeren willen zich onderscheiden van de rest, ze willen uniek zijn. Dat doen ze alleen vaak allemaal op dezelfde manier. Massaal alternatief: subculturen. En er is geen subcultuur zonder een muziekstijl die daar bijhoort.
Als je als tiener eenmaal gekozen hebt voor een bepaalde stijl, is bijna automatisch ook je muzieksmaak bepaald. Als je die muzieksmaak opgeeft, verlies je meer dan alleen je muziek. Ook je gedrag, kleding en vooral: je vriendenkring. Logisch gevolg is dat jongeren trouw zijn aan hun muzieksmaak.
Maar hoe kom je dan tot je smaak? Dat wordt volgens mij grotendeels door de omgeving bepaald. Bij kleuters zie je al dat jongetjes K3 ineens niet meer leuk vinden als ze ontdekken dat het 'meisjesmuziek' is. Toch heeft het karakter ook invloed. Hoe extraverter je bent, hoe groter de kans dat je van dance houdt. En als je altijd op zoek bent naar hevige prikkels, hou je snel van heavy metal, hardcore of gangsta rap.
Kortom: je karakter wel invloed heeft op je muzieksmaak, maar alleen maar in beginsel. Als je karakter eenmaal een muzieksmaak heeft gekozen, blijf je vervolgens bij de subcultuur die daar bijhoort. Tot je volwassen bent misschien. Dan merk je dat de wereld nog veel meer te bieden heeft.
Maartje Masereeuw
Gebruikte artikelen:
Bernard Hulsman, Tieners zijn trouw aan hun muziekstijl, NRC Handelsblad 2004
Peter Giesen, Country is voor echte mannen, Volkskrant 2005
Link: http://www2.fmg.uva.nl/populairecultuur/In%20the%20media/Tom%20popkennis%20Volkskrant.pdf
maandag 1 juni 2009
Muziek in de onderbouw
Muziek in de onderbouw. Hoe zit dat in elkaar? En hoe is het geworden wat het is? En is dat nou allemaal wel zo geweldig? En wat is het nut er eigenlijk van? Dat zijn vragen die je kunt stellen over het muziekonderwijs in de onderbouw van de middelbare school. Om ze te kunnen beantwoorden, ga ik eerst in op de geschiedenis van het Voortgezet Onderwijs in het algemeen. Vervolgens ga ik specifiek in op het muziekonderwijs en daarna behandel ik het verband die twee.
1.1 Voortgezet Onderwijs algemeen
Vroeger: basisvorming
Vroeger bestond er een grote scheiding tussen algemeen onderwijs en beroepsonderwijs. Om dit tegen te gaan heeft men in 1993 de basisvorming ingevoerd. Het ideaal van de basisvorming was om geen verschil meer te maken tussen de leerlingen: alle leerlingen van 12 tot 15 moesten dezelfde vijftien verplichte vakken volgen, allemaal op één niveau. Dit liep uit op een mislukking. Vijftien vakken bleek te veel en er zijn nu eenmaal niveauverschillen tussen leerlingen.
Nu: Tweede fase, VMBO en automie voor scholen
Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, werd de basisvorming minder zwaar gemaakt. Het aantal verplichte vakken werd verminderd, waardoor er op havo/vwo-niveau ruimte overbleef voor vrije keuze, en op mavo/vbo-niveau voor meer praktische vakken.
Door de invoering van de Tweede fase kregen leerlingen meer praktische opdrachten en moesten ze in het Studiehuis veel zelfstandig werken.
Er gingen steeds minder leerlingen naar het vbo en de mavo. Om het beroepsonderwijs een hogere status te geven, werden vbo en mavo samengevoegd tot het vmbo. Hierdoor ontstond opnieuw de tweedeling tussen het beroepsonderwijs en havo/vwo.
De huidige minister van onderwijs is van mening dat scholen en ouders zelf het beste weten hoe onderwijs gegeven moet worden. Hij geeft daarom scholen heel veel vrijheid. Wel wordt er veel gediscussieerd over de mate van autonomiteit. Er zijn mensen die vinden dat scholen te autonoom worden.
1.2 Muziekonderwijs
Kunde, kennis of kick?
Als het gaat over muziekonderwijs wordt er wel gesproken over drie aspecten: kunde (je kunt muziek maken), kennis (je weet er veel van) en kick (je krijgt er een kick van). Door de jaren heen zijn er verschillende visies geweest op wat nu het beste is.
Gehrels en Heerkens
Aan het begin van het Nederlandse muziekonderwijs (in de eerste helft van de twintigste eeuw) stonden de standpunten van Willem Gehrels en Ad Heerkens centraal. Gehrels was oprichter van de Volksmuziekschool. Het was zijn doel om kinderen van minder vermogende ouders ook muziekles te bieden. Heerkens vond dat bij al het muziekonderwijs de wereld van het kind als uitgangspunt genomen moest worden.
Later kwam er een scherpe scheiding tussen de aanhangers van Gehrels en die van Heerkens. Gehrels pleitte voor het ambacht van de Europese muziekcultuur (kunde dus) en Heerkens voor de vrije expressie vanuit het kind (kick dus). Wel hechtten ze allebei evenveel waarde aan het gebruik van kennis.
Veranderingen
In het muziekonderwijs was sprake van een vicieuze cirkel. Er was geen adequaat muziekonderwijs, waardoor havo-leerlingen met een grote muzikale achterstand naar de Pabo gingen, waardoor ze niet genoeg geschoold waren om muzieklessen te geven in het basisonderwijs, waardoor leerlingen met een achterstand naar de middelbare school gingen, waardoor er voor de docenten op de middelbare school geen beginnen meer aan was.
Er leek hoop op verbetering, toen in de jaren 70 de studie Schoolmuziek tot bloei kwam. Er was geld en idealisme genoeg. Toch was het vernieuwende effect in de praktijk helaas gering.
In de jaren 80 en 90 werd de studie Schoolmuziek juist steeds meer uitgekleed. Er werd steeds minder geld beschikbaar gesteld. Ondanks dat werd in het Voortgezet Onderwijs muziek wel een serieus examenvak. Ook begon popmuziek een steeds grotere rol te spelen in het muziekonderwijs.
Tegenwoordig gaat het steeds beter met het muziekonderwijs, zowel op scholen als bij de studie Schoolmuziek.
Verplicht twee kunstvakken
Momenteel is het verplicht om in de onderbouw tenminste twee kunstvakken te geven. Scholen kunnen kiezen uit beeldende vorming, muziek, drama en dans, maar mogen niet kiezen voor uitsluitend vakken uit de beeldende vorming of voor een combinatie die uitsluitend bestaat uit drama en dans. Verplichte kunstvakken is natuurlijk positief voor het muziekonderwijs. Wellicht wordt er hierdoor wat meer structuur aangebracht.
1.3 Verband beleid en muziekonderwijs
Vrijheid – goed of fout?
Het feit dat de Tweede Kamer in toenemende mate vrijheid geeft aan scholen om hun aanbod samen te stellen, kun je ook goed terugzien in de kerndoelen van het muziekonderwijs. Deze doelen zijn allemaal heel globaal in de wet beschreven, waardoor er veel ruimte is voor eigen interpretatie. Je kunt je afvragen of zoveel autonomie voor scholen goed is, vooral omdat de grenzen niet duidelijk zijn. Er is bijvoorbeeld nooit iets gezegd over de mate waarin overheidsgeld aan het onderwijs zelf besteed moet worden.
Zelfstandigheid
Dat het met muziekonderwijs steeds beter gaat, past goed bij de invoering van de Tweede fase. Hierin staat zelfstandigheid centraal. Dat is iets wat bij het vak muziek ook in grote mate naar voren komt.
Tweedeling
Zoals eerder besproken is er in de geschiedenis afwisselend gedacht over het al dan niet bestaan van een scheiding tussen algemeen onderwijs en beroepsonderwijs. Op dit moment (met vmbo) bestaat er in de praktijk wel een tweedeling. Het mooie van het vak muziek is dat het op dat gebied neutraal is. Het heeft niets te maken met iemands leercapaciteiten. In de muziek is iedereen gelijk. Wat dat betreft is muziek een mooi middel om die tweedeling tegen te gaan.
2 Mijn mening
Kunde, kennis EN kick!
Naar mijn idee is de vraag wat nu belangrijker is – kunde, kennis of kick – helemaal niet belangrijk. In het muziekonderwijs is het belangrijk een goede mix te hebben van alledrie. Een goede docent integreert alledrie de onderdelen in zijn lessen. De mate waarin kan van geval tot geval verschillen. Idealiter wordt de kick gebruikt om kennis en kunde over te brengen. Zelfs wanneer muziek een examenvak is, geldt deze regel. Je leert nu eenmaal makkelijker als het vak leuk is.
Het nut van muziek
Over muziek heeft men in Nederland altijd een wat tweeslachtige houding gehad. Aan de ene kant vond een groot deel van de mensen dat muziek een noodzakelijk onderdeel van elke opvoeding zou moeten zijn. Aan de andere kant zag de overheid dat de kosten die aan zo'n muzikale opvoeding verbonden zijn, alleen maar kunnen stijgen en nooit een tastbaar rendement zullen opleveren.
Ik ben van mening dat muziek wel degelijk rendement oplevert. In de muziekles hebben leerlingen zowel hun verstand als hun gevoel nodig en bovendien een flinke dosis concentratie. Dat leert hen zelf vragen te stellen en zelf op onderzoek uit te gaan naar de antwoorden. Ook is het natuurlijk een perfecte manier om te leren jezelf te uiten.
Muziek? Vanzelfsprekend!
Om het nut van muziek ook daadwerkelijk te bereiken moet het wel als vanzelfsprekend behandeld worden. Het vak moet serieus genomen worden, niet als een vrijblijvend speeluurtje (waarin alleen de kick heerst), maar als volwaardig vak (waarin ook kunde en kennis belangrijk zijn). In dat geval kan muziek de leerlingen meer verrijken dan welk ander vak ook!
Maartje Masereeuw
Bronnen:
Onbekend, De Basisvorming in historisch perspectief
Roel Jansen, De schooltijd van meneer Mol
De Volkskrant, Onderwijsraad: van vijftien naar acht verplichte vakken
De Volkskrant, Basisvorming
Guus Valk, Geruisloze Blindheid
Job ter Steege, Cool
Leo Samama, Moderne muziek in de onderbouw van het voortgezet onderwijs
1.1 Voortgezet Onderwijs algemeen
Vroeger: basisvorming
Vroeger bestond er een grote scheiding tussen algemeen onderwijs en beroepsonderwijs. Om dit tegen te gaan heeft men in 1993 de basisvorming ingevoerd. Het ideaal van de basisvorming was om geen verschil meer te maken tussen de leerlingen: alle leerlingen van 12 tot 15 moesten dezelfde vijftien verplichte vakken volgen, allemaal op één niveau. Dit liep uit op een mislukking. Vijftien vakken bleek te veel en er zijn nu eenmaal niveauverschillen tussen leerlingen.
Nu: Tweede fase, VMBO en automie voor scholen
Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, werd de basisvorming minder zwaar gemaakt. Het aantal verplichte vakken werd verminderd, waardoor er op havo/vwo-niveau ruimte overbleef voor vrije keuze, en op mavo/vbo-niveau voor meer praktische vakken.
Door de invoering van de Tweede fase kregen leerlingen meer praktische opdrachten en moesten ze in het Studiehuis veel zelfstandig werken.
Er gingen steeds minder leerlingen naar het vbo en de mavo. Om het beroepsonderwijs een hogere status te geven, werden vbo en mavo samengevoegd tot het vmbo. Hierdoor ontstond opnieuw de tweedeling tussen het beroepsonderwijs en havo/vwo.
De huidige minister van onderwijs is van mening dat scholen en ouders zelf het beste weten hoe onderwijs gegeven moet worden. Hij geeft daarom scholen heel veel vrijheid. Wel wordt er veel gediscussieerd over de mate van autonomiteit. Er zijn mensen die vinden dat scholen te autonoom worden.
1.2 Muziekonderwijs
Kunde, kennis of kick?
Als het gaat over muziekonderwijs wordt er wel gesproken over drie aspecten: kunde (je kunt muziek maken), kennis (je weet er veel van) en kick (je krijgt er een kick van). Door de jaren heen zijn er verschillende visies geweest op wat nu het beste is.
Gehrels en Heerkens
Aan het begin van het Nederlandse muziekonderwijs (in de eerste helft van de twintigste eeuw) stonden de standpunten van Willem Gehrels en Ad Heerkens centraal. Gehrels was oprichter van de Volksmuziekschool. Het was zijn doel om kinderen van minder vermogende ouders ook muziekles te bieden. Heerkens vond dat bij al het muziekonderwijs de wereld van het kind als uitgangspunt genomen moest worden.
Later kwam er een scherpe scheiding tussen de aanhangers van Gehrels en die van Heerkens. Gehrels pleitte voor het ambacht van de Europese muziekcultuur (kunde dus) en Heerkens voor de vrije expressie vanuit het kind (kick dus). Wel hechtten ze allebei evenveel waarde aan het gebruik van kennis.
Veranderingen
In het muziekonderwijs was sprake van een vicieuze cirkel. Er was geen adequaat muziekonderwijs, waardoor havo-leerlingen met een grote muzikale achterstand naar de Pabo gingen, waardoor ze niet genoeg geschoold waren om muzieklessen te geven in het basisonderwijs, waardoor leerlingen met een achterstand naar de middelbare school gingen, waardoor er voor de docenten op de middelbare school geen beginnen meer aan was.
Er leek hoop op verbetering, toen in de jaren 70 de studie Schoolmuziek tot bloei kwam. Er was geld en idealisme genoeg. Toch was het vernieuwende effect in de praktijk helaas gering.
In de jaren 80 en 90 werd de studie Schoolmuziek juist steeds meer uitgekleed. Er werd steeds minder geld beschikbaar gesteld. Ondanks dat werd in het Voortgezet Onderwijs muziek wel een serieus examenvak. Ook begon popmuziek een steeds grotere rol te spelen in het muziekonderwijs.
Tegenwoordig gaat het steeds beter met het muziekonderwijs, zowel op scholen als bij de studie Schoolmuziek.
Verplicht twee kunstvakken
Momenteel is het verplicht om in de onderbouw tenminste twee kunstvakken te geven. Scholen kunnen kiezen uit beeldende vorming, muziek, drama en dans, maar mogen niet kiezen voor uitsluitend vakken uit de beeldende vorming of voor een combinatie die uitsluitend bestaat uit drama en dans. Verplichte kunstvakken is natuurlijk positief voor het muziekonderwijs. Wellicht wordt er hierdoor wat meer structuur aangebracht.
1.3 Verband beleid en muziekonderwijs
Vrijheid – goed of fout?
Het feit dat de Tweede Kamer in toenemende mate vrijheid geeft aan scholen om hun aanbod samen te stellen, kun je ook goed terugzien in de kerndoelen van het muziekonderwijs. Deze doelen zijn allemaal heel globaal in de wet beschreven, waardoor er veel ruimte is voor eigen interpretatie. Je kunt je afvragen of zoveel autonomie voor scholen goed is, vooral omdat de grenzen niet duidelijk zijn. Er is bijvoorbeeld nooit iets gezegd over de mate waarin overheidsgeld aan het onderwijs zelf besteed moet worden.
Zelfstandigheid
Dat het met muziekonderwijs steeds beter gaat, past goed bij de invoering van de Tweede fase. Hierin staat zelfstandigheid centraal. Dat is iets wat bij het vak muziek ook in grote mate naar voren komt.
Tweedeling
Zoals eerder besproken is er in de geschiedenis afwisselend gedacht over het al dan niet bestaan van een scheiding tussen algemeen onderwijs en beroepsonderwijs. Op dit moment (met vmbo) bestaat er in de praktijk wel een tweedeling. Het mooie van het vak muziek is dat het op dat gebied neutraal is. Het heeft niets te maken met iemands leercapaciteiten. In de muziek is iedereen gelijk. Wat dat betreft is muziek een mooi middel om die tweedeling tegen te gaan.
2 Mijn mening
Kunde, kennis EN kick!
Naar mijn idee is de vraag wat nu belangrijker is – kunde, kennis of kick – helemaal niet belangrijk. In het muziekonderwijs is het belangrijk een goede mix te hebben van alledrie. Een goede docent integreert alledrie de onderdelen in zijn lessen. De mate waarin kan van geval tot geval verschillen. Idealiter wordt de kick gebruikt om kennis en kunde over te brengen. Zelfs wanneer muziek een examenvak is, geldt deze regel. Je leert nu eenmaal makkelijker als het vak leuk is.
Het nut van muziek
Over muziek heeft men in Nederland altijd een wat tweeslachtige houding gehad. Aan de ene kant vond een groot deel van de mensen dat muziek een noodzakelijk onderdeel van elke opvoeding zou moeten zijn. Aan de andere kant zag de overheid dat de kosten die aan zo'n muzikale opvoeding verbonden zijn, alleen maar kunnen stijgen en nooit een tastbaar rendement zullen opleveren.
Ik ben van mening dat muziek wel degelijk rendement oplevert. In de muziekles hebben leerlingen zowel hun verstand als hun gevoel nodig en bovendien een flinke dosis concentratie. Dat leert hen zelf vragen te stellen en zelf op onderzoek uit te gaan naar de antwoorden. Ook is het natuurlijk een perfecte manier om te leren jezelf te uiten.
Muziek? Vanzelfsprekend!
Om het nut van muziek ook daadwerkelijk te bereiken moet het wel als vanzelfsprekend behandeld worden. Het vak moet serieus genomen worden, niet als een vrijblijvend speeluurtje (waarin alleen de kick heerst), maar als volwaardig vak (waarin ook kunde en kennis belangrijk zijn). In dat geval kan muziek de leerlingen meer verrijken dan welk ander vak ook!
Maartje Masereeuw
Bronnen:
Onbekend, De Basisvorming in historisch perspectief
Roel Jansen, De schooltijd van meneer Mol
De Volkskrant, Onderwijsraad: van vijftien naar acht verplichte vakken
De Volkskrant, Basisvorming
Guus Valk, Geruisloze Blindheid
Job ter Steege, Cool
Leo Samama, Moderne muziek in de onderbouw van het voortgezet onderwijs
Abonneren op:
Posts (Atom)